Artikel 1 Aan Onzen Minister van den Waterstaat en der Publieke Werken blijven opgedragen de functien bij de voorschreven wet aan den Minister van Binnenlandsche Zaken toegekend.
BWBR0001824
Artikel 2 De bemoeijenissen welke daarbij aan de Prefekten der departementen, aan de Raden en Secretarissen generaal van Prefekture, toegekend waren, worden bij deze respectivelijk overgebragt op de Gedeputeerde Staten der Provincien en op de Griffiers der Staten.
BWBR0001824
Artikel 3 De functien van de ingenieurs der Mijnen worden opgedragen aan de ingenieurs van den Waterstaat en der publieke werken en aan de kommissarissen voor de mijnen, naar aanleiding der reglementen van hunnen dienst.
BWBR0001824
Artikel 4 De latere oppositien tegen gevraagde vergunningen, bedoeld in art 28 § 2 der voorschreven wet, zullen bij eenvoudig rekest in den gewonen vorm worden ingediend bij Onzen voornoemden Minister, welke zal gehouden zijn om, wanneer het verzoek om vergunning, waartoe die oppositie betrekkelijk is, reeds door Ons aan den Raad van State ten adviese mogt zijn gerenvoijeerd, daarvan dadelijk ...
BWBR0001824
Artikel 5 Onze gemelde Minister zal Ons van alle zoodanige hier boven omschrevene verzuimde oppositien verslag doen, ten einde door Ons beslist worde omtrent derzelver afwijzing, of, daartoe termen zijnde, omtrent hun renvooi aan zoodanig kollegie van Gedeputeerde Staten als welk de zaak aangaat; en zulks om daarmede te handelen zoo als bij art. 26, 2de lid, en art. 27 der wet is voorgeschreven...
BWBR0001824
Artikel 6 In geval van concurrentie der aanvragen tot het bekomen van vergunning, zullen dezelve worden beschouwd en behandeld als eenvoudige oppositien.
BWBR0001824
Artikel 7 De oppositien, ontleend uit regten van eigendom, zullen, in welken staat der zake ook, door Ons naar de regtbanken en geregtshoven worden verwezen.
BWBR0001824
Artikel 8 Er zal, ingevolge art. 28 § 1 der wet, onmiddellijk uitspraak kunnen gedaan worden op de verzoeken om vergunning, ten aanzien van welke het bewezen zal zijn, dat er vóór den isten Januari 1817 is voldaan aan de formaliteiten, vervat in art. 22 tot 26 der wet, mitsgaders, dat de uitvoering der bij art. 27 voorgeschrevene maatregelen, het zij vóór, het zij na dien tijd, heeft plaat...
BWBR0001824
Artikel 9 Des niettegenstaande zullen de voorschreven verzoeken, onmiddellijk na dat zij door Ons aan den Raad van State zullen zijn gerenvoijeerd, door Onzen meergenoemden Minister gedurende ééne maand bekend gemaakt worden, door eene vier malen achtereenvolgende plaatsing in de staats-courant en in het voornaamste dagblad der provincie, alwaar de mijn gelegen is. Indien binnen de vijf dag...
BWBR0001824
Artikel 10 De ontginningen van mijnen welke vóór den 1sten Januari 1814 in werking waren, zullen tot den 1sten Januari 1819 kunnen worden voortgezet, onder speciaal toezigt van de administratie over de mijnen, overeenkomstig de wet en de bestaande reglementen.
BWBR0001824