1.
Degene die een openbaar elektronisch communicatienetwerk of een openbare elektronische communicatiedienst aanbiedt dan wel bijbehorende faciliteiten aanlegt of aanbiedt, met uitzondering van degene die een elektronische programmagids aanbiedt, doet daarvan mededeling aan het college.
2.
Het college stelt vast welke gegevens bij de mededeling aan het college worden overgelegd, alsmede de wijze waarop de mededeling wordt gedaan. Die gegevens betreffen in ieder geval de naam, het adres, de vestigingsplaats, respectievelijk de woonplaats en een beschrijving van de in het eerste lid bedoelde netwerken, diensten of faciliteiten. Het college doet hiervan mededeling in de Staatscourant.
3.
De gegevens, bedoeld in het tweede lid, worden slechts verzameld ten behoeve van de goede uitvoering van deze wet en zijn beperkt tot hetgeen strikt noodzakelijk is voor het vaststellen van de identiteit en de hoedanigheid van degene, bedoeld in het eerste lid.
4.
Het college registreert degene, bedoeld in het eerste lid, na ontvangst van de in dat lid bedoelde mededeling en de daarbij behorende gegevens.
5.
Voor het aanbieden of afgeven van gekwalificeerde certificaten aan het publiek is een registratie door het college vereist van de certificatiedienstverlener die in Nederland een vestiging heeft. Bij de aanvraag van een registratie legt de certificatiedienstverlener over:
b.
de gegevens waarvoor krachtens
artikel 2.4, vierde lid , bij ministeriële regeling is bepaald, dat die aan het college verstrekt dienen te worden.
6.
Een certificatiedienstverlener waarvan door een organisatie als bedoeld in
artikel 18.16, eerste lid , is vastgesteld dat wordt voldaan aan de eisen, gesteld bij of krachtens
artikel 18.15, eerste en tweede lid , kan om te voldoen aan het bepaalde krachtens de tweede volzin van het vijfde lid onder a, volstaan met het overleggen van een geldig bewijs van die vaststelling.
7.
Het college is bevoegd te bepalen welke andere gegevens bij de aanvraag van een registratie dienen te worden overgelegd.
a.
de mededeling geen betrekking heeft op een openbaar elektronisch communicatienetwerk, een openbare elektronische communicatiedienst, of bijbehorende faciliteiten, of
2.
Het college weigert een registratie als bedoeld in
artikel 2.1, vijfde lid , indien de gevraagde registratie geen betrekking heeft op het aanbieden of afgeven van gekwalificeerde certificaten aan het publiek.
3.
Het college kan de registratie van een certificatiedienstverlener weigeren indien de door hem op grond van
artikel 2.1, vijfde, zesde of zevende lid , te overleggen gegevens niet, onvolledig of niet juist zijn verstrekt.
4.
Het college beëindigt of wijzigt de registratie:
a.
indien de grond voor registratie is vervallen;
b.
indien een certificatiedienstverlener activiteiten of diensten verricht in strijd met het bepaalde bij of krachtens deze wet,
c.
indien het college heeft vastgesteld dat de certificatiedienstverlener niet of niet geheel voldoet aan de eisen bedoeld in
artikel 18.15, eerste en tweede lid , en de certificatiedienstverlener niet binnen de door het college gestelde termijn heeft aangetoond aan deze eisen te voldoen. Indien de certificatiedienstverlener aantoont redelijkerwijs niet binnen de gestelde termijn aan de eisen te kunnen voldoen, kan het college de termijn verlengen; of
d.
indien het college heeft vastgesteld dat de certificatiedienstverlener de gegevens, bedoeld in
artikel 2.1, vijfde lid, onder b , of wijzigingen daarin niet, onvolledig of niet juist heeft verstrekt, en de certificatiedienstverlener niet binnen de door het college gestelde termijn de volledige of juiste gegevens alsnog verstrekt.
5.
Indien de certificatiedienstverlener aantoont redelijkerwijs niet binnen de gestelde termijn, bedoeld in het vierde lid, onder c, aan de eisen, bedoeld in dat onderdeel, te kunnen voldoen, of binnen de gestelde termijn, bedoeld in het vierde lid, onder d, alsnog de juiste gegevens, bedoeld in dat onderdeel, te kunnen verstrekken, kan het college de termijn verlengen.
1.
In het belang van de goede uitvoering van deze wet wordt door het college een register van de registraties bijgehouden. In het register worden in ieder geval de naam, het adres en de vestigingsplaats, respectievelijk de woonplaats van de geregistreerde vermeld.
2.
Het register ligt voor eenieder kosteloos ter inzage op een door het college te bepalen plaats. De gegevens uit het register zijn kosteloos op elektronische wijze te raadplegen.
3.
Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld over:
a.
de door het college in het register te vermelden gegevens anders dan die, bedoeld in het eerste lid;
b.
de opzet, structuur en elektronische wijze van raadpleging van het register.
4.
Indien de ministeriële regeling, bedoeld in het derde lid, nadere regels stelt over de in het register te vermelden gegevens, kan daarbij tevens worden bepaald welke van die gegevens door een certificatiedienstverlener aan het college verstrekt dienen te worden tot opname in het register.
5.
De geregistreerde geeft aan het college onverwijld alle wijzigingen door die van invloed zijn op de registratie of op de in het register opgenomen gegevens die krachtens het vierde lid zijn verstrekt.
6.
Het college brengt het register in overeenstemming met de wijzigingen die voortvloeien uit
artikel 2.2, vierde lid , of met de wijzigingen die het college op grond van het vijfde lid heeft ontvangen.
7.
Onverminderd het zesde lid, kan het college de gegevens met betrekking tot de registratie wijzigen indien dit noodzakelijk is om feitelijke onjuistheden van eenvoudige aard weg te nemen.
1.
Het college verstrekt zo spoedig mogelijk na de registratie, bedoeld in
artikel 2.1, vierde lid , aan de desbetreffende geregistreerde een schriftelijke verklaring waaruit blijkt dat de mededeling, bedoeld in
artikel 2.1, eerste lid , aan het college is gedaan. Bij de verklaring worden tevens vermeld de geldende wettelijke bepalingen inzake het medegebruik van antenne-opstelpunten, antennesystemen of antennes, de gedoogplicht voor de aanleg, instandhouding en opruiming van kabels, eind- tot eindverbindingen, alsmede toegang met betrekking tot aanbieders met aanmerkelijke marktmacht.
2.
Het college verstrekt de verklaring, bedoeld in het eerste lid, in afwijking van dat lid, binnen een week na ontvangst van een daartoe strekkend schriftelijk verzoek van een geregistreerde als bedoeld in het eerste lid.