Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 (RVV 1990)
Bwb-id:
Officiele titel:
Citeertitel:
Ook bekend als:
Soort regeling:
Wetsfamilies:
Eerst verantwoordelijk ministerie:

Geldigheidsdatum:
Ingangsdatum:
Inhoudsopgave
+ Hoofdstuk I. Begripsbepalingen
- Hoofdstuk II. Verkeersregels
+ Hoofdstuk III. Verkeerstekens
+ Hoofdstuk IV. Aanwijzingen
+ Hoofdstuk V. Bijzondere bepalingen ten behoeve van gehandicapten
+ Hoofdstuk VA. Tijdelijke verlaging maximumsnelheid in geval van verstoring olie-aanvoer
+ Hoofdstuk VB. Milieuzones
+ Hoofdstuk VI. Ontheffingen en vrijstellingen
+ Hoofdstuk VII. Strafbepalingen
+ Hoofdstuk VIII. Overgangsbepalingen
+ Hoofdstuk IX. Wijziging van het wegenverkeersreglement
+ Hoofdstuk X. Wijziging van de bijlage, behorende bij het Wegenverkeersreglement
+ Hoofdstuk XI. Wijziging van andere Besluiten
+ Hoofdstuk XII. Intrekking RVV 1966
+ Hoofdstuk XIII. Inwerkingtreding
+ Hoofdstuk XIV. Citeertitel
Juridisch advies nodig?
Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag
Snel een vertaling nodig?
Bent u opzoek naar een beëdigde vertaling? Wilt u een contract, brief of een zakelijk document laten vertalen door een professionele vertaler? Neemt u dan gerust vrijblijvend contact met ons op.
Geschiedenis

Geschiedenis-overzicht

Artikel 35 Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 (RVV 1990)

1.
Fietsers voeren tijdens het rijden bij nacht of bij dag indien het zicht ernstig wordt belemmerd, verlichting overeenkomstig het tweede tot en met het vierde lid.
2.
Een fiets op twee wielen en een fiets op drie wielen met één voorwiel moeten zijn voorzien van een wit of geel licht dat aan de voorzijde wordt gevoerd, tenzij de bestuurder een wit of geel licht voert op zijn borst.
3.
Op een fiets op meer dan twee wielen met twee voorwielen moeten aan de voorzijde twee witte of twee gele symmetrisch links en rechts van het midden bevestigde lichten worden gevoerd.
4.
Een fiets moet zijn voorzien van een rood achterlicht dat aan de achterzijde wordt gevoerd, tenzij de bestuurder of een achter de bestuurder gezeten passagier een rood licht voert op zijn rug.
5.
Een fiets mag zijn voorzien van twee ambergeel licht stralende richtingaanwijzers aan de voorzijde en twee aan de achterzijde.
6.
Er mogen niet meer lichten worden gevoerd op een fiets, door de bestuurder daarvan of door een achter de bestuurder gezeten passagier dan de in het tweede tot en met vijfde lid genoemde lichten.