1.
Gedeputeerde staten kunnen een landschapsgezicht bij besluit aanwijzen als beschermd landschapsgezicht.
2.
Indien het betreffende gebied reeds is aangewezen als beschermd natuurmonument, houden gedeputeerde staten bij hun besluit rekening met die aanwijzing.
3.
Gedeputeerde staten kunnen bij besluit een aanwijzing als beschermd landschapsgezicht geheel of gedeeltelijk wijzigen of intrekken.
1.
Het besluit, bedoeld in
artikel 23, bevat in ieder geval:
a.
een beschrijving van de kenmerken van het landschapsgezicht voorzover deze kenmerken uiterlijk waarneembaar zijn;
b.
een aanduiding van handelingen die de kenmerken, bedoeld in onderdeel a, kunnen aantasten.
2.
Het besluit gaat vergezeld van een kaart waarop de begrenzing van het gebied dat als beschermd landschapsgezicht is aangewezen, is aangegeven.
1.
Alvorens tot een aanwijzing als beschermd landschapsgezicht over te gaan, zenden gedeputeerde staten het ontwerp-besluit aan de gemeenteraad van de gemeenten waarin het landschapsgezicht is gelegen alsmede aan de provinciale planologische commissie. De gemeenteraad brengt binnen zes maanden en de provinciale planologische commissie brengt binnen negen maanden na ontvangst van het ontwerp-besluit advies uit.
2.
Binnen een jaar na toezending van het ontwerp-besluit, bedoeld in het eerste lid, beslissen gedeputeerde staten over aanwijzing van het landschapsgezicht als beschermd landschapsgezicht, doch niet alvorens zij de adviezen bedoeld in het eerste lid, hebben ontvangen dan wel de krachtens dat artikellid geldende termijnen zijn verstreken.
3.
Gedeputeerde staten maken een besluit over aanwijzing van een landschapsgezicht als beschermd landschapsgezicht bekend in de Staatscourant en in één of meer in het betrokken gebied verspreide dag-, nieuws- of huis-aan-huisbladen.
4.
Gedeputeerde staten zenden afschrift van een besluit over aanwijzing van een landschapsgezicht als beschermd landschapsgezicht aan Onze Minister en de gemeenteraad van de gemeenten waarin het beschermd landschapsgezicht is gelegen.
1.
De gemeenteraad van de gemeenten waarin het beschermd landschapsgezicht is gelegen, stelt ter bescherming van een beschermd landschapsgezicht een bestemmingsplan vast als bedoeld in de
Wet ruimtelijke ordening . Bij het besluit tot aanwijzing van een beschermd landschapsgezicht kan hiertoe door gedeputeerde staten een termijn worden gesteld.
2.
Bij het besluit tot aanwijzing van een beschermd landschapsgezicht wordt bepaald of en zo ja in hoeverre geldende bestemmingsplannen als beschermend plan in de zin van het eerste lid kunnen worden aangemerkt.