1.
In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:
b.
netto-minimumloon: het bruto-minimumloon, na aftrek van premies op grond van de
Wet financiering sociale verzekeringen , de inkomensafhankelijke bijdrage, bedoeld in
artikel 41 van de Zorgverzekeringswet , over het bruto-minimumloon en loonbelasting, en vermeerderd met de vergoeding, bedoeld in
artikel 46 van de Zorgverzekeringswet . De loonbelasting en premie voor de volksverzekeringen, bedoeld in
artikel 1 van de Wet financiering sociale verzekeringen , worden berekend voor een werknemer, jonger dan 65 jaar, rekening houdend met uitsluitend tweemaal de algemene heffingskorting, bedoeld in
artikel 22 van de Wet op de loonbelasting 1964 , over het bruto-minimumloon vermeerderd met de vergoeding, bedoeld in
artikel 46 van de Zorgverzekeringswet , en verminderd met het werknemersaandeel in de premie, bedoeld in
afdeling 2 van hoofdstuk 3 van de Wet financiering sociale verzekeringen ;
d.
netto-minimumvakantiebijslag: het verschil tussen het bedrag, dat zou zijn berekend voor een werknemer, jonger van 65 jaar, indien onderdeel b wordt toegepast op het bruto-minimumloon verhoogd met de bruto-minimumvakantiebijslag, en het netto-minimumloon, bedoeld in onderdeel b.
2.
Indien op grond van de
Wet financiering sociale verzekeringen een premie wordt ingehouden waarvan het percentage per bedrijfstak verschilt, wordt voor de toepassing van het eerste lid, onderdelen b en d , met inachtneming van bij algemene maatregel van bestuur te stellen regels bij ministeriële regeling een gemiddeld percentage vastgesteld.
3.
Een herziening van een uitkering op grond van deze wet in verband met een wijziging van het netto-minimumloon vindt plaats zonder dat dit bij beschikking is vastgesteld.
4.
De Sociale verzekeringsbank betaalt de herziene uitkering, bedoeld in het derde lid, bij de eerst volgende uitkeringsbetaling nadat de herziening, bedoeld in het derde lid, heeft plaatsgevonden.