Algemene nabestaandenwet
Bwb-id:
Officiele titel:
Citeertitel:
Ook bekend als:
Soort regeling:
Wetsfamilies:
Eerst verantwoordelijk ministerie:

Geldigheidsdatum:
Ingangsdatum:
Inhoudsopgave
+ Hoofdstuk 1. Begripsbepalingen
+ Hoofdstuk 2. Kring van verzekerden
- Hoofdstuk 3. De uitkeringen
+ Hoofdstuk 4. De invloed van de verzekering op het burgerlijk recht
+ Hoofdstuk 5. De vrijwillige verzekering
+ Hoofdstuk 5a. Vrijwillige verzekering voor in de Europese Unie wonende postactieven
+ Hoofdstuk 6
+ Hoofdstuk 7. Bepalingen in verband met de Algemene wet bestuursrecht en het beroep in cassatie
+ Hoofdstuk 8. Overgangsbepalingen
+ Hoofdstuk 9. Strafbepalingen
+ Hoofdstuk 10. Wijziging van andere wetten
+ Hoofdstuk 11. Paraplubepaling voor de aanvullende pensioenen
+ Hoofdstuk 12. Slotbepalingen
Juridisch advies nodig?
Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag
Snel een vertaling nodig?
Bent u opzoek naar een beëdigde vertaling? Wilt u een contract, brief of een zakelijk document laten vertalen door een professionele vertaler? Neemt u dan gerust vrijblijvend contact met ons op.
Geschiedenis

Geschiedenis-overzicht

Artikel 17 Algemene nabestaandenwet

1.
De bruto-nabestaandenuitkering wordt op een zodanig bedrag vastgesteld, dat nadat van dat bedrag vermeerderd met de vergoeding, bedoeld in artikel 46 van de Zorgverzekeringswet , de over dat bedrag en die vergoeding in te houden loonbelasting en premie voor de volksverzekeringen voor een persoon jonger dan 65 jaar, rekening houdend met uitsluitend de algemene heffingskorting, bedoeld in artikel 22 van de Wet op de loonbelasting 1964 , en de inkomensafhankelijke bijdrage, bedoeld in artikel 41 van de Zorgverzekeringswet , is afgetrokken, de netto-nabestaandenuitkering gelijk is aan 70% van het netto-minimumloon.
2.
In afwijking van het eerste lid wordt de bruto-nabestaandenuitkering van de nabestaande, zolang hij een gezamenlijke huishouding ten behoeve van de verzorging van een hulpbehoevende voert, op een zodanig bedrag vastgesteld, dat nadat van dat bedrag vermeerderd met de vergoeding, bedoeld in artikel 46 van de Zorgverzekeringswet , de over dat bedrag en die vergoeding in te houden loonbelasting en premie voor de volksverzekeringen voor een persoon jonger dan 65 jaar, rekening houdend met uitsluitend de algemene heffingskorting, bedoeld in artikel 22 van de Wet op de loonbelasting 1964 , en de inkomensafhankelijke bijdrage, bedoeld in artikel 41 van de Zorgverzekeringswet , is afgetrokken, de netto-nabestaandenuitkering gelijk is aan 50% van het netto-minimumloon.
3.
De bruto-nabestaandenuitkering van de nabestaande bedoeld in artikel 4 is niet hoger dan de door de overleden verzekerde aan de nabestaande verschuldigde uitkering tot levensonderhoud van de nabestaande.